Meer mannen dan vrouwen behouden hun leidinggevende positie

Publicatiedatum: 12 mrt., 2019

Uit recent onderzoek van SCP blijkt dat vrouwen vaker hun leidinggevende positie kwijtraken bij een overgang naar een lagere functie. Op basis van cijfers van de HBO-Monitor1 is te zien dat het behoud van een leidinggevende functie ook onder recent afgestudeerde hbo’ers een stuk hoger ligt bij mannen dan bij vrouwen.

Een jaar na het ontvangen van het hbo-diploma blijkt 18% van de mannen een leidinggevende positie te bekleden; vier tot acht jaar na afstuderen is dit percentage verder gestegen naar 31%. Bij de vrouwen ligt dit aantal bij de start al lager (10%) en is de stijging vier tot acht jaar later veel minder fors, namelijk slechts 5%.

Figuur 1 toont het percentage mannen en vrouwen dat vier tot acht jaar na afstuderen hun leidinggevende functie heeft weten te behouden. Bij de mannen is dit 59% en bij de vrouwen 41%. Daarnaast laat Figuur 1 het percentage mannen en vrouwen zien dat vier tot acht jaar na afstuderen een leidinggevende functie heeft verkregen. Bij de mannen is dit 25% en bij de vrouwen 12%. Hiermee laten de gegevens zien dat mannen hun leidinggevende positie beter behouden en dat meer mannen dan vrouwen een aantal jaren na afstuderen alsnog een leidinggevende positie bekleden.

figure01_vrouwen_leidinggevenden.PNG


Het patroon dat uit het onderzoek van SCP naar voren komt begint dus al vroeg, en is bij de meeste hbo-sectoren terug te zien. Bij de sector hbo-Economie is bijvoorbeeld te zien dat 53% van de vrouwelijke werknemers hun leidinggevende functie niet behouden, tegenover 42% van de mannelijke werknemers. In een sector waar veel vrouwen afstuderen (hbo-Gezondheidszorg en hbo-Onderwijs) ligt het percentage vrouwen die hun baan niet behouden nog hoger, respectievelijk 59% en 65%2. Hoewel het bij de HBO-Monitor – anders dan bij het onderzoek van SCP - niet per se om een overgang naar een lagere functie gaat (waarvoor een lager onderwijsniveau is vereist), blijkt dat dit verschil geen invloed op de uitkomsten heeft gehad. Op beide meetmomenten gaat het bij de HBO-Monitor voornamelijk om functies waarvoor een hbo-opleiding is vereist, en het patroon blijkt niet door het niveau van de functie te zijn beïnvloed.


[1] Het gaat hierbij om de resultaten van de HBO-Monitor, meetjaren 2008, 2010, 2011 en 2012, met een nameting onder alle cohorten in 2015.

[2] Bij mannen is het aantal waarnemingen te klein om er uitspraken over te kunnen doen.


Terug naar het nieuwsoverzicht


Deel deze pagina:

We gebruiken cookies om de gebruikerservaring te verbeteren en ten behoeve van gedragsafhankelijke inhoud van advertenties.
Lees meer over onze cookiepolicy.